Posts tagged 'wijnrekken'

Bordeaux !

By Hans de Bruin 14 mei 2016 336 Views

 Bordeaux


Bordeaux !

 

In mei kregen we de kans Bordeaux te bezoeken. We maken graag een stedentrip en Bordeaux  is niet alleen een prachtige stad maar de omgeving is natuurlijk erg aantrekkelijk voor wijnliefhebbers. We bezochten ook kort een klant die een wijnrek van Domus Naturalis heeft aangekocht.

 

De binnenstad is mooi: prachtige gebouwen en veel monumenten (de binnenstad staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO). Het autovrije gebied omvat een groot deel van het oude centrum. Er zijn  mooie winkels (waaronder menig wijnwinkel) en gezellige terrasjes in de knusse straten en op romantische pleintjes.

                                                                   

 Bordeaux  Aux Quatre Coins de Vin

 

Een leuke ervaring is wijnbar “Aux Quatre Coins de Vin” aan de Rue de la Devise nr 8. Daar zijn altijd 32 wijnen open die je via een automaat per kwart, half of vol glas tapt en afrekent. Het zijn werkelijk prachtige wijnen -  en niet alleen uit de Bordeaux. De prijs per vol glas varieert tussen de 6 en 24 euro. Zo kun je eerst een kwartglaasje proberen en als die in de smaak valt daarna het glas nog eens vol schenken.

 

 Sauternes                         Pomerol Chateau Petrus in Pomerol

In een gehuurde FIAT 500 sturen we 2 dagen door de appellations: via Graves naar Sauternes en via Entre-Deux-Mers naar Saint-Ėmilion. In tegenstelling tot de meeste wijndorpen is Saint-Ėmilion een aantrekkelijk dorp: het ligt op een berghelling, er zijn steile en nauwe straatjes en er is een oude overdekte marktplaats. Wijnwinkels (sommige van een specifiek château) en fijne terrasjes ontbreken niet. Het is geen straf hier een paar uurtjes te vertoeven.

 

Vlakbij Saint-Ėmilion liggen de beroemde appellations Pomerol en Lalande-de-Pomerol. Deze dorpjes stellen niet veel voor: een kerkje, een hôtel de ville, een paar huizen en enkele châteaus. Naar winkels of cafeetjes kun je lang zoeken. Tot in de wijde omgeving is het echter bezaaid met châteaus: prachtige statige gebouwen uit gele zandsteen te midden van hun wijngaarden. De meeste zijn te bezoeken; sommige op afspraak, bij andere kun je onaangekondigd binnenlopen. Het is pas mei en op de châteaus is er weinig activiteit te zien: een enkele tractor in het veld en hier en daar worden door arbeiders de net ontloken nieuwe scheuten langs draden geleid.

 

Een tocht door de Medoc mag niet ontbreken. De Medoc is ca 80 km lang en de rit voert door appellations als Margaux, Saint-Julien, Pauillac en Saint-Ėstephe. Hoe beroemder de appellation hoe meer het land met wijnstokken is beplant.

 

 

 château Tour des Termes          château Tour des Termes - de kelder          château Tour des Termes - de kelder

 

We hebben een gidsje mee  (“Destination Vignobles en Medoc 2016” dat op vele plaatsen in Bordeaux gratis beschikbaar is) met uitleg over het gebied en de classificatie van de wijnen. Alle châteaus worden genoemd en aangegeven of ze te bezoeken zijn. We kiezen voor Château Tour des Termes in Saint-Ėstephe. De aardige mensen op kantoor spreken met ons een blend van Frans en Engels en een vriendelijke mevrouw laat ons de productieruimten en de kelders met barriques zien. We gaan graag in op haar aanbod de wijnen te proeven en kopen een aantal flessen heerlijke Cru Bourgeois 2013. Die zijn al op dronk maar kunnen met gemak nog een flink aantal jaren liggen. Dit bezoek is erg leuk en zullen we ons met plezier blijven herinneren.

 

Hopelijk kopen meer klanten uit dit interessante wijngebied een wijnrek van Domus Naturalis zodat we een extra reden hebben om er terug te keren!

 

Destination Vignobles en Medoc 2016


Hoe wordt rode wijn gemaakt?

By Hans de Bruin 16 maart 2015 987 Views

Hoe wordt rode wijn gemaakt?

 

Rode wijn wordt gemaakt door rijpe, gezonde druiven te oogsten, in een speciaal apparaat te kneuzen en dan te laten gisten en weken met schillen en pitten.

 

Na het kneuzen worden de druiven eerst machinaal ontsteeld, want in de steeltjes zit heel veel tannine (looizuur), dat wijn wrang maakt. Als de druiven van een uitzonderlijk goed jaar zijn en veel smaakstoffen en suikers hebben en het druivenras het kan hebben, dan worden soms wat steeltjes bij de wekende, gistende massa gedaan. Zo’n wijn kan langer bewaard worden.

 

Vanaf het moment dat de most (het druivensap) met de schillen en pitten gaat gisten, begint het leven van de wijn. De wijnmaker voegt meestal eigen gistcellen aan de most toe, omdat de natuurlijke gistcellen die op de druivenschillen zitten soms ‘wilde’ gistcellen bevatten. Zij kunnen het gistingsproces kunnen verstoren. Biologische en biodynamische wijnmakers proberen zoveel mogelijk met de eigen gistcellen van de druif te werken of met een soort gistcellen die eigen is aan de omgeving waar de druif groeit, voor een authentiekere smaak. De gisting start als de most zo’n veertien graden warm is; bij een graad of vijfendertig, gaan de gistcellen vanzelf dood. Bij rode wijn verloopt de gisting normaal gesproken in zes tot veertien dagen, omdat dan het maximale alcoholgehalte is bereikt. De gistcellen eten de suikers op en zetten deze met behulp van zuurstof om in alcohol, maar meer dan veertien tot vijftien procent kunnen gistcellen niet hebben, dan sterven ze af en zakken naar de bodem. Twee factoren bepalen dus het leven van de gistcel: de temperatuur en het alcoholgehalte. Wijn ontstaat door een balans tussen die elementen.

 

Voor een goede extractie van kleur en smaakstoffen is een temperatuur tussen de achtentwintig en drieëndertig graden nodig – op dat moment is de wijn-in-wording in een kritieke fase, want door warmte bijna aan het sterfteplafond van de gistcel. De wijnmaker blijft soms gedurende de nacht in de kelder om de temperatuur te controleren.

 

Vroeger werden de houten vaten wijn met koud water nat gespoten om de temperatuur te verlagen. Tegenwoordig gebeurt dat allemaal in vaten waarin kleine buisjes zitten geïmplanteerd, die koud water langs de binnenkant van het vat laten circuleren, geheel computer gestuurd. Toch zal geen serieuze wijnmaker rustig slapen als de rode wijn in de kritieke fase is.

 

Na de gisting blijft de wijn, afhankelijk van zijn kwaliteit en het druivenras, nog een tijdje weken op de lie, de massa schillen en pitten, (macereren). De vaste massa wordt regelmatig door de vloeistof heen geduwd om nog meer kleur te extraheren. Na maximaal drie weken is de rode wijn klaar, tenminste – dan is hij geboren. Om te bekomen van de ingrijpende chemische processen van de afgelopen weken mag de jonge wijn een beetje uitrusten. Voor wijnen die niet verder op houten barriques (vaten van 224 liter) rijpen, is dat een rustperiode van circa een half jaar op stalen vaten. Ze zijn dan natuurlijk ontdaan van hun schillen en pitten. De wijnen die houtrijping ondergaan, worden overgeheveld op de barriques of foeders (vaten van 600 tot 1200 liter). Daar brengen ze hun jeugd door, variërend van acht tot vierentwintig maanden. De barriquewijnen worden regelmatig overgestoken op schone vaten om restjes bezinksel te verwijderen en de wijn helder te maken – hiervoor ondergaan ze vlak voor het op fles brengen ook nog een extra klaring en/of filtering.

 

De meeste wijnen – tachtig tot negentig procent van de totale wereldproductie - worden gebotteld als ze ‘klaar’ zijn. Dit is op noordelijk halfrond in april of mei van het jaar na de oogst en op het zuidelijk halfrond een halfjaar eerder: ze zijn snel volwassen geworden en kunnen nog een paar jaar na hun geboortejaar goed gezelschap voor ons zijn. Het kleine percentage wijn dat in houten vaten heeft gerijpt, kunnen we dan al kopen of bestellen, maar moet in onze kelders of die van de importeur nog volwassen worden. Drinken we hem immers te vroeg, dan spartelt hij nog wel eens tegen, omdat hij nog niet ‘klaar’ is: zijn tannines, zuren, extractstoffen en alcohol zijn nog niet in balans. Drinken we hem echter te laat – wat helaas nog te vaak gebeurt – dan hebben we grote kans een overjarige wijn in het glas te krijgen, met bijbehorende kwaaltjes zoals verzuring, verlies aan souplesse en algehele verzwakking van het gestel.

 

(Bron: www.wijninfo.nl)

Hoe belangrijk zijn oogstjaren?

By Hans de Bruin 8 februari 2015 1019 Views


Hoe belangrijk zijn oogstjaren?

 

Hoe belangrijk is het oogstjaar van een wijn? Het antwoord is: enigszins. Oogstjaren doen er vandaag de dag eigenlijk maar in heel beperkte mate toe. Het hangt er een beetje van af wat je zoekt: drinkbaarheid of bewaarpotentieel. In 9 van de 10 gevallen zal dat het eerste zijn, en daar worden verreweg de meeste wijnen tegenwoordig op gemaakt. 

 

Overal ter wereld, zowel in Europa als daarbuiten in de zogeheten Nieuwe Wereld, zijn er van jaar tot jaar verschillen in klimatologische omstandigheden. Feit is wel dat de grootste schommelingen zich voordoen in Europa. Hierbij moet overigens direct worden aangetekend dat Europa niet hetzelfde is als Bordeaux. Dat gebied haalt weliswaar jaarlijks de media, maar is daarom nog niet maatgevend voor de rest van Frankrijk, laat staan voor de rest van Europa of de wereld. 

 

Het belang van oogstjaren voor de kwaliteit van wijn is de afgelopen decennia sterk afgenomen door de toegenomen technische kennis en vaardigheden van wijnproducenten. Zelfs in 'moeilijke' jaren kan tegenwoordig nog steeds een kwalitatief goede wijn gemaakt worden door strenge selectie in zowel de wijngaard als de kelder.

 

Bovendien zijn de technieken van wijn maken structureel veranderd. Gold vroeger het principe dat goede wijnen alleen die wijnen waren die zich pas na lange tijd ontwikkelden, tegenwoordig worden de meeste wijnen gemaakt op snelle drinkbaarheid. Dit wil overigens allerminst zeggen dat wijnen die snel drinkbaar zijn geen houdbaarheid zouden hebben.

 

Relatief 'lichte' jaren hebben het vaak voordeel dat de wijnen vroeger op dronk zijn en makkelijker inzetbaar bij gerechten dan wijnen uit zogenaamd 'grote' jaren. En een bewaarwijn is niet per se een toegankelijke drinkwijn.

 

(bron: www.wijn.nl)

Hoe wordt witte wijn gemaakt

By Hans de Bruin 1 februari 2015 1005 Views


Hoe wordt witte wijn gemaakt


Witte wijn ondergaat voor een deel dezelfde bewerkingen als rode wijn, in de eerste plaats natuurlijk de alcoholische gisting.

Het grote verschil met rode wijn zit hem in het feit dat er voornamelijk witte druivenrassen worden gebruikt en dat de rode rassen ook direct geperst worden, zodat de schil geen kleurstof kan afgeven. De gisting vindt plaats zonder schillen of pitten. Hoewel er geen of nauwelijks kleurstoffen in witte druiven zitten, worden ze toch direct bij de kneuzing en ontsteling geperst en gescheiden van het sap. Het sap komt hierna tot rust en wordt vaak voor een betere klaring van de most gekoeld tot zo’n vier graden. Dan slaan de microscopisch kleine organische deeltjes die na de persing zijn blijven zitten neer en wordt de most helder. Er is dan natuurlijk helemaal geen sprake meer van natuurlijke gistcellen en er worden dus bij witte wijn altijd gistcellen van buitenaf toegevoegd.

 

Na de alcoholische gisting hoeft de wijn niet te weken, want er is geen sprake van extractie uit schillen of pitten. Witte wijnen krijgen wel, net als rode, de tijd om tot zichzelf te komen van de turbulente gistingstijd. Wijnen die gemaakt worden om snel te drinken en gebaat zijn bij een frisse smaak, worden na de alcoholische gisting en de rusttijd op stalen vaten direct gebotteld. Wijnen met meer smaakvolume – vooral die afkomstig van de chardonnay-druif – ondergaan nog een melkzure of malolactische gisting. De scherp-frisse appelzuren worden dan bij een gecontroleerde temperatuur omgezet in zachtere melkzuren. Dit zijn ook meestal de wijnen die, in combinatie met deze gisting, op hout narijpen.

 

De meeste witte wijnen worden in februari/maart gebotteld, op het zuidelijk halfrond in augustus, nadat ze gerust hebben in stalen vaten op een temperatuur van rond de acht graden.

 

Een aantal van de bekendste druivenrassen, zoals chardonnay, sémillon en soms sauvignon blanc (vaak in de klassieke witte wijnen uit de Médoc en de Pessac-Léognan en Graves, in combinatie met sémillon), wordt smaakrijker door een opvoeding op hout, soms apart, meestal in een blend. Minder intensief dan rode wijn, want witte wijnen hebben een lichtere smaakstructuur door het ontbreken van tannines. Er zijn echter ook wijnen die helemaal geen houtrijping nodig hebben om een erg mooie geur en smaak te hebben, zoals die van de rassen riesling, chenin, pinot gris, melon (de druif voor Muscadet) en – vaak - sauvignon blanc. Deze wijnen worden daarom vaak alleen in stalen vaten bewaard; sommige, vooral rieslingwijnen, gaan vervolgens in foeders voor een rijping van soms wel twaalf tot achttien maanden. Een foeder geeft geen houtsmaak meer af, maar zorgt voor een uiterst subtiele ontwikkeling van de wijn door een heel langzame wisselwerking tussen wijn en zuurstof, die door microscopisch kleine scheurtjes of gaatjes in het hout binnendringt en inwerkt op de enorme hoeveelheid wijn. Deze wijnen zijn door hun eigen karakter minstens even complex van smaak als de op barriques gerijpte witte wijnen.

 

(Bron: www.wijninfo.nl)